15 augustus 1895 - Terwijl Amersfoort net is aangesloten op het landelijke telefoonnet en elektrische straatverlichting nog toekomstmuziek is, verzamelt zich een groep jonge mannen met een modern speeltje: de fiets. Op die dag wordt de Wielrijdersclub Amersfoort (W.C.A.) opgericht, één van de maar liefst zeven (!) wielerverenigingen die de stad destijds rijk was.
Tot medio jaren 1890 was fietsen vooral iets voor de rijke burgerij. Wie zich op een hoge ‘velocipède’ durfde te wagen, met een reusachtig voorwiel en een onhandig klein achterwiel, viel letterlijk en figuurlijk op. Maar het was gevaarlijk, log en duur. Met de komst van de zogenoemde veiligheidsfiets, die niet veel verschilde van de moderne fiets, veranderde alles. Met name de uitvinding van luchtbanden door de Schotse veearts Dunlop in 1888 was een grote vooruitgang op de hard rubberen banden. Plotseling was fietsen sneller, comfortabeler, veiliger én betaalbaarder dan voorheen. Vooral voor de middenstand. In rap tempo werd het populair. De bakermat van onze fiets- en wielercultuur.
Op 15 augustus 1895, werd de Wielrijdersclub Amersfoort opgericht. Leden waren jonge mannen die werkten in of rond de stad: bakkerszonen, vleeshouwers, apothekers, winkelbedienden. Mensen voor wie de fiets niet alleen een sportief uitje betekende, maar ook gewoon handig was voor het werk. De club had een duidelijk doel: het “bevorderen van het onderling wielrijden”, met onder meer clubtochten, races en vossenjachten (ja, op de fiets in plaats van het gebruikelijke: te paard). Tegenwoordig is lid worden van een vereniging eenvoudig. Je kan meedoen met een proeftraining en vervolgens online een formulier invullen. Toen was dat niet zo simpel. Hoewel het voor ons lijkt op een vriendenclub die het sociale aspect net zo belangrijk vond als het sportieve, waren er strenge regels.
Je moest:
Wie niet betaalde werd publiekelijk uit de vereniging gezet, door royering tijdens een algemene vergadering. Slechts na betaling van de schuld én een nieuwe stemming mocht je terugkomen. Wie zonder afmelding afwezig was bij een ledenvergadering kreeg een boete van 1 gulden. En voor wie zich niet aan de regels hield tijdens de vergadering of clubtochten e.d. gold een boete van 10 cent. Bij niet betalen binnen twee weken werd het bedrag verdubbeld en wie dan nog niet betaalde werd geroyeerd. Kortom, geen club voor wie niet serieus was over zijn hobby.
De W.C.A. organiseerde niet alleen de gebruikelijke snelheidswedstrijden. Er waren ook wedstrijden in langzaam rijden, of de heenweg hardlopen met je fiets aan de hand en de terugweg fietsen. Daarnaast was er onderscheid in wedstrijdvormen: van klassieke races tot wedstrijden met voorgift, waarbij zwakkere deelnemers een voorsprong kregen. Er was dus plek voor iedereen, zolang je maar mee kon komen - letterlijk en figuurlijk. Dat is onveranderd gebleven.
Amersfoort was eind 19e eeuw een stad in ontwikkeling. Naast het wielrijden groeide ook de lokale industrie mee met de tijdsgeest. Aan de Heiligenbergerweg had de familie Eysink een werkplaats, waar oorspronkelijk met stoommachines werd geëxperimenteerd. Maar met de komst van de benzinemotor en de populariteit van de fiets, schakelden ze snel over op tweewielers. Rond 1895 had Eysink al twaalf fietsmodellen in het assortiment, voor elk wat wils en geleverd door heel Nederland! Ze werden één van de pioniers in de Nederlandse fietsproductie. Tot na de eerste wereldoorlog produceerden ze ook auto's. De eerste Nederlandse autoproducent, die ook nog alle onderdelen volledig zelf maakte.
Samen met autobedrijf Nefkens, eveneens gevestigd in Amersfoort, werd zelfs een fiets-oefenterrein aangelegd aan de Leusderweg: een afgesloten ruimte voor wie het te spannend vond om te fietsen op de openbare weg. “Zodat dan zij die voor het leeren wielrijden op de openbare weg bezwaren hebben, zich ongestoord, daar in de edele sport kunnen oefenen.'' En dat in een tijd dat de meeste wegen nog uit zand en keien bestonden.
Het nieuwe vervoermiddel bracht niet alleen verwondering, ook ongemak. In de stad ‘vervloekte’ men de ongeoefende fietser die regelmatig ongelukken veroorzaakte. En boeren op het platteland zagen de stadsjongens op hun glimmende fietsen voornamelijk als rustverstoorders. De ANWB adviseerde fietsers zelfs om een katapult of vuurwerk mee te nemen om opgehitste honden van zich af te houden. Tegelijkertijd verschenen in medische kringen verontrustende rapporten: fietsen zou leiden tot zadelwrijving met erotiserende gevolgen. Een soort sportieve zelfbevrediging, aldus sommige artsen. En dan was er nog de angst voor oververhitting van het hart.
Gelukkig sloeg de toon snel om. Rond 1895 begon men de fiets ook te zien als gezond, verfrissend en modern. Veel steden kwamen met gedrag- en verkeersregels en de fiets werd een mode-artikel. Wie erbij wilde horen had een fiets. In Utrecht werd zelfs in 1885 al het eerste fietspad van Nederland geopend, een bestaand pad aan de Maliebaan. Zodat wandelaars niet gestoord zouden worden door de 'snelheidsmaniakken'.
Van de zeven wielrijdersclubs die Amersfoort eind 19e eeuw kende, is alleen van de W.C.A. het volledige reglement bewaard gebleven. Een klein boekje van 12 pagina's geeft ons een kostbaar inkijkje in een tijd waarin de fiets nog spannend, nieuw en sociaal verbindend was. Helaas zijn alle Amersfoortse wielerverenigingen uit die tijd uiterlijk begin 20ste eeuw een stille dood gestorven. Pas in 1926 werd de eerste vereniging opgericht die nog steeds bestaat, de Pedaalridders (waarvan Archief Eemland ook het archief beheert). Samen met de Ren- en Toerclub Amersfoort (opgericht in 1956) is deze gefuseerd in de jaren 80 tot het huidige Wielervereniging Eemland. Grappig detail is dat Amersfoort naast Puck Pieterse nog een succesvolle Puck heeft voorgebracht. Tussen 1890 en 1893 behaalde Maurice Adler, bijnaam Puck vermoedelijk vanwege zijn kleine gestalte vele ereplaatsen in binnen- en buitenland.
Foto’s van de W.C.A zijn helaas niet bewaard gebleven. Wel hebben we in de collectie een fotoalbum van de Baarnsche Velocipedeclub. Deze is opgericht in 1884 als onderafdeling van de ANWB en had ook vrouwelijke leden (veelal op een driewieler omdat dit meer geschikt was voor de rok). Bij weinig Amersfoortse wielerclubs van die tijd waren vrouwen lid, voor zover bekend.
Gebruikte bronnen:
Auteur: Lois Muller, senior medewerker Archief Eemland