Logo - Archief Eemland

Zoeken door alles

Interview 'Sporen van Slavernijverleden in Amersfoort'

In 2024 startte het onderzoek ‘Sporen van Slavernijverleden in Amersfoort’. Met dit project wil Gemeente Amersfoort onderzoek doen naar haar rol in het slavernijverleden. Het doel van het onderzoek is om doorlopend aandacht te vragen voor dit pijnlijke en tot voor kort onderbelichte deel van het verleden.

In het kader van dit onderzoek en Keti Koti interviewde een medewerker van het archief, Bruno Eskens. Bruno is lid van het onderzoeksteam en Master student geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. “Research Master Modern and Contemporary History”.

 

Hoe ben je zelf bij het onderzoek betrokken geraakt?

“Ik ben begonnen met studeren in Utrecht. Hier heb ik opleiding Liberal Arts and Sciences gevolgd met een focus op geschiedenis. Binnen deze studie volgde ik de minor ‘Postcolonial Studies’. De nadruk lag op het nadenken en filosoferen over koloniale geschiedenis. Vanuit deze achtergrond heb ik een scriptie geschreven over het ontstaan van koloniale straatnamen in Amsterdam, Utrecht en Amersfoort. Na het afronden van mijn scriptie kwam dit onderzoek naar voren. Ik heb mijn scriptie opgestuurd naar het onderzoeksteam. Hier kwam een positieve reactie op terug waarna ik mij als vrijwilliger heb aangemeld. Binnen het project heb ik een half jaar stagegelopen. Na afloop van mijn stage ben ik aangenomen om technische hulp te geven. Ik heb een aantal hoofdstukken van het boek geschreven en heb bijgedragen aan de vormgeving van het boek.”

Wat houdt het sporenonderzoek precies in?  

“Het heet een sporenonderzoek omdat een volledig verhaal eigenlijk mist. Vaak staat er in archiefstukken maar één zinnetje tekst waar we iets aan hebben. Meestal zijn de bronnen ook geschreven vanuit het perspectief van de kolonisator. Je mist het perspectief van de gekoloniseerde persoon of van de tot slaaf gemaakte persoon. Een spoor is dus eigenlijk een klein teruggevonden onderdeel van een groter verhaal en hetgene wat we kunnen laten zien. Het boek bestaat uit 70 tot 80 sporen die verschillende kanten van het koloniale en slavernijgeschiedenis van Amersfoort laten zien. Met vermeldingen van één persoon in verschillende archieven wordt een beeld geschetst van iemands leven.”

Kun je een interessant spoor/bron uitlichten? 

“Het spoor dat nu in mij opkomt is een resolutie van het stadsbestuur van Amersfoort uit 1763. Zover wij weten is dit de enige directe interactie tussen de raad van Amersfoort met de V.O.C. of de W.I.C. Het raadsbesluit heeft betrekking op een opstand van tot slaaf gemaakte mensen in de Nederlandse kolonie Berbice. Dit is het hedendaagse Guyana. De tot slaaf gemaakte mensen komen grootschalig in opstand onder leiding van de rebellenleider Cuffy. De sociëteit van Berbice lukt het niet om de opstand neer te slaan en na een paar maanden wordt het duidelijk dat er hulp nodig is om deze opstand te stoppen. Aan verschillende stadbesturen in Nederland is gevraagd om militaire steun te verlenen. In de Amersfoortse raad is hierover gesproken. De raad heeft toegezegd steun te verlenen aan het stoppen van de opstand. Het is onduidelijk welke steun er vanuit Amersfoort is gestuurd: militaire steun of is dit alleen financiële steun. Thema’s zoals opstand in Berbice komen dus terug in de Amersfoortse geschiedenis”.

Waarom vind je dit project belangrijk?

“Voor zoveel verschillende redenen eigenlijk. Ten eerste is het een stuk geschiedenis dat we lang hebben weggestopt. Het debat rondom deze geschiedenis heeft nu veel meer gewicht achter zich. We kijken met een nieuwe manier naar dit debat en naar dezelfde bronnen. We doen dat niet meer vanuit economisch perspectief of het perspectief van de Nederlandse Staat, maar vanuit dat van gekolonialiseerde mensen en tot slaaf gemaakte mensen. Dat vind ik heel erg mooi.
Daarbij is het iets wat uit een ver verleden komt maar toch ook dichtbij staat. Thema’s uit het koloniale- en slavernijverleden worden nog heel erg gevoeld door de mensen uit de zwarte gemeenschap en hebben nog steeds grote impact. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de gezondheidszorg waar nog heel veel dingen misgaat bij mensen van kleur of in armoede.
In heel veel dingen blijft deze geschiedenis doorgaan in het heden en het is makkelijk om dit niet te zien.
Onderzoeken zoals dit helpen eigenlijk de stad begrijpen hoe we zijn gevormd. Het verhaal wordt aangevuld met een grote context. Het biedt erkenning waar veel mensen naar zoeken.

De resultaten van het onderzoek verschijnen in het boek “De stad die wij delen – over slavernij, erfenis en toekomst”. Op vrijdag 10 juli vindt er in de Prodentfabriek een boekpresentatie plaats. 

Bruno Eskens
Bruno Eskens