Het is tegenwoordig moeilijk voor te stellen, maar aan het einde van de 16e eeuw was Amersfoort in de greep van een heuse heksenwaan. In deze periode vonden er een groot aantal heksenprocessen plaats, waarbij verschillende mensen als schuldig werden veroordeeld. Via verschillende bronnen zijn veroordelingen en processen over ‘toverij’ uit Amersfoort en omgeving terug te vinden. Een van deze bronnen is ‘de registers van criminele zaken’ uit de archieven van het Amersfoortse stadsgerecht. Deze bron geeft ons bijvoorbeeld inzicht over het heksenproces van Grietgen Willems en haar 15-jarige dochter Adriana.

In augustus 1595 raakten Grietgen Willems en haar dochter Adriana verwikkeld in een heksenproces in Amersfoort. De beschuldigingen begonnen naar aanleiding van een ruzie op straat. Marritgen Claes had bij Grietgen een haring te eten gekregen. Toen ze daarna ziek werd, had ze Grietgen gevraagd haar te zegenen om zo beter te worden. Marritgen was ontevreden over het resultaat en had Adriana gevraagd of haar moeder haar nog eens kon zegenen, maar Adriana weigerde dat. Verschillende getuigen beweerden dat Grietgen en Adriana betrokken waren bij ‘toverij’, wat leidde tot hun arrestatie en verhoor. In de loop van het proces namen de beschuldigingen, die aan Grietgen en Adriana gericht waren, alleen maar toe. Zo getuigde een vrouw dat haar eigen kind was gestorven, nadat Grietgen het ten doop had gehouden. Dezelfde vrouw voegde eraan toe dat een kind van iemand anders was gestorven, nadat Grietgen het gezegend had.

Door het toenemende aantal getuigen en beschuldigingen, nam de druk op Grietgen en Adriana toe. Hoewel er geen marteling werd ingezet bij het verhoren van de beschuldigde vrouwen, werd hier waarschijnlijk wel mee gedreigd. Onder deze toenemende druk bekende Adriana betrokkenheid bij hekserij, hoewel ze later haar verklaringen introk. Haar moeder Grietgen bleef stellig enige vorm van hekserij ontkennen, maar nadat ze uiteindelijk gemarteld werd, gaf ze ook toe. Bij de uitspraak van het gerecht werden beide vrouwen dan ook veroordeeld: Grietgen werd door een beul gewurgd en daarna verbrand, terwijl Adriana werd gegeseld en gevangengezet.
De heksenvervolging in Amersfoort en omgeving maakte onderdeel uit van een bredere trend in Europa. Hoewel veel mensen de vervolging van heksen associëren met de middeleeuwen, kende het juist in de 16e en 17e eeuw een hoogtepunt. Onderzoekers met verschillende achtergronden debatteren nog steeds over de oorzaken van de grootschalige heksenvervolging die vanaf het einde van de 15e eeuw in Europa is ontstaan. Vele theorieën over de oorzaak zijn aangedragen, zoals de spelende religieuze conflicten naar aanleiding van de reformatie, de opkomst van de moderne staat, sociaaleconomische oorzaken, massahysterie maar ook seksisme richting vrouwen. Een definitief antwoord over het ontstaan van het fenomeen heksenvervolging is dan ook niet te geven.

De tweede helft van 16e eeuw was nou niet bepaald een voorspoedige tijd voor de stad Amersfoort. De Eem was minder goed bevaarbaar geworden, wat de handel niet ten goede kwam. Met het verdwijnen van de economische voorspoed die Amersfoort in de late middeleeuwen had gekend, stagneerde ook het aantal inwoners van de stad. Er heerste veel werkeloosheid, met name onder de Amersfoortse vrouwen. Zij waren door schaalvergroting hun plek in de lokale brouw- en lakenindustrie kwijtgeraakt. Naast de economische tegenslagen waren er rond het einde van de 16e eeuw ook nog een aantal natuurrampen. Zo kende de ‘Kleine IJstijd’ zijn hoogtepunt, wat misoogsten tot gevolg had. In 1592 was er ook nog eens een wolvenplaag die de omgeving van Amersfoort teisterde. Of dit alles niet genoeg was had de stad ook nog te lijden onder het oorlogsgeweld van de Tachtigjarige Oorlog die vanaf het jaar 1568 speelde.

Kortom was er dus genoeg voedingsbodem voor maatschappelijke onrust en het aanwijzen van een zondebok voor al dit onheil. Met de uiteindelijke komst van nieuwe werkvoorzieningen, zoals de vestiging van bombazijn industrie (linnen/katoenen weefsel) vanaf 1597 en het opkomen van de tabaksteelt in de omgeving van Amersfoort, kwam er een einde aan de hoge werkeloosheid en de economische malaise van de late 16e eeuw. Met het wegvallen van de bredere maatschappelijke onrust leek ook de voedingsbodem voor de heksenvervolging in Amersfoort te zijn weggevallen. Terechtstellingen wegens hekserij of toverij kwamen in de 17e eeuw in de stad Amersfoort dan ook niet meer voor.