Als ik aan kom lopen bij het Stadscafé zit Conny Meslier al op het terras. Niet te missen met een mooie bos grijs haar, kleurrijke jurk met omslagdoek en bijpassende sieraden. Ik bestel een cappuccino, zij een cortado. Koffie zoals ze in Spanje heeft leren drinken vertelt ze: een dubbele espresso met een beetje warme melk. Bij het Stadscafé heeft ze dit als vaste gast op de kaart weten te krijgen. Conny woont om de hoek aan de Breestraat, een prachtige plek met een tuin die uitkijkt op de gracht en het centrum aan haar voeten. “Eigenlijk helemaal niet handig met zoveel trappen in huis als je tachtig+ bent maar ik woon hier al dertig jaar en wil gewoon niet weg!”
We raken aan de praat over het theaterfestival Oerol waar ze net is geweest. Over haar kinderen en kleinkinderen. Haar oudste dochter woont in Amersfoort en de andere twee vlakbij elkaar in Spanje, waar ze twee weken terug nog op bezoek was. Over haar leven nu als pensionado en vroeger als fotograaf, en foto’s die ze maakte in het Amersfoort van de jaren 80, 90 en zero’s. Archief Eemland heeft bijna zeshonderd van haar foto's in de collectie, reden voor een interview over haar achtergrond en leven als fotograaf.
Conny Meslier is geboren en getogen in het Amsterdam van de jaren 40 en 50. Met ouders in het theaterwezen groeide ze met haar zusje op in een creatief milieu. Als kind had ze toen al een camera, een Agfa Clark. Na haar studententijd belandde ze eerst in de schrijvende journalistiek. Al vrij snel trouwde ze met haar man, tevens journalist, en samen bouwde ze een eenvoudig bestaan op als schaapsherders en tegelijk ook journalist om rond te komen. Eerst in Giethoorn en daarna in een dorpje bij Apeldoorn met een kudde Veluwse heideschapen. Van de gesponnen wol kocht ze haar eerste Nikon camera en van een kleine oude schaftkeet naast het herdershuisje maakte ze een donkere kamer. Later kocht ze haar uiteindelijk favoriete camera, een Hasselblad. “Erg jammer dat ik die verkocht heb”.
In 1979 verhuisde het stel naar Amersfoort aan de Korte Bergstraat, de stad van haar schoonouders. Hier groeiden hun kinderen op en wist Conny zich te vestigen als fotograaf met opdrachten uit heel uiteenlopende hoeken. Na de veel te vroege dood van haar man wist ze met tieners thuis het hoofd boven water te houden door haar fotografie. “Dat was best pittig, maar gelukkig had ik coulante opdrachtgevers”.
In haar eigen woorden ging ze vaak “als zwerfkat door de stad” voor een opdracht als ‘maak een portret van de eerste wijkagent’ (1985). “Als een zwerfkat”, legt Conny uit, omdat ze meestal geen echt plan had, “ik zag wel hoe het liep”. Toen begon net een beetje de maatschappelijke discussie over privacy. Ze maakte een vriendelijke foto (fotonummer 14227) van de agent babbelend met een vrouw op straat in de sneeuw. Beide vonden het geen probleem dat ze op de foto werden gezet. Maar toen de foto in de krant kwam is de zoon van de vrouw erg boos geworden omdat hij het vond lijken dat zijn moeder gearresteerd werd. Gelukkig is dat vrijwel de enige foto waarmee ze een negatieve ervaring heeft gehad.
Conny vertelt dat het bij straatfotografie altijd aftasten is en vertrouwen op je gevoel of mensen het oké vinden dat ze gefotografeerd worden. “Een kwestie van ervaring en lichaamstaal lezen, of gewoon vragen”. Conny wist dat feilloos aan te voelen. “Als je fotografeert op straat moet je niet met contracten of toestemmingsverklaringen willen werken. Dat gaat gewoon niet.” Overigens werd het wel altijd gewaardeerd als ze naderhand een foto gaf aan de mensen die ze portretteerde.
Toen de Stationsbuurt grotendeels gesloopt zou worden eind jaren 80 vroeg de gemeente aan Conny om de buurt vast te leggen in haar huidige staat. Voor haar nog steeds een dierbare opdracht omdat het haar eigen buurt was, een heel gezellige met diverse samenstelling in bevolking en ondernemers. Zo zat er een bordeel, blijfvanmijnlijfhuis, loodgietersbedrijf, bloemenzaak en bruidsmodezaak naast elkaar. Hier maakte ze naar eigen zeggen één van de mooiste foto’s uit deze serie. Van drie oudere vrouwen voor een etalage met bruidsjurken, toevallige passanten op zondagochtend. Waarschijnlijk kwamen ze net uit de kerk. Ze heeft de vrouwen niet eens aangesproken. “Het moment was heel mooi, maar ook weer zo weg.” (fotonummer 70062).
Terwijl we door praten over verschillende fotografie opdrachten zie ik hoe de kleine en bijzondere momenten haar opvallen: “Oh dat meisje heeft een leuk rokje (met zwart deels doorschijnend kant) aan!”
Tien jaar na de Stationsbuurt-serie kreeg ze eenzelfde soort opdracht over Vathorst en haar bewoners. Toen alle boerderijen er nog stonden, maar de sloop niet lang meer zou duren. Al was ze op dat moment niet heel bewust bezig met het idee dat het beeld vastgelegd moest worden voor het weg is. “Nee joh, ik wou gewoon mooie sfeerbeelden maken.”
Hoewel ze nu echt een stadsmens is, is de liefde voor schapen altijd gebleven. Ze heeft een hele verzameling van dingen in huis met Veluwse heideschapen. “Die zijn veel mooier dan de gewone Texelse. Veel sierlijker met hun ranke pootjes, mooie koppen en krullerige vachten.” En dat is niet de enige verzameling. “Jahaa mijn kinderen krijgen nog een probleem als ik kom te overlijden.” Ze heeft ook heel wat stereofoto’s, flipboeken, pins, broches, stempels en zelfgemaakte sieraden. En haar eigen fotoarchief natuurlijk, geordend op jaartal en locatie, soms met onderwerp of namen. “Of ik nu nog steeds fotografeer? Jazeker, gewoon voor de lol met mijn IPhone, die kwaliteit is al zo goed!”
“Och, jeetje ik zou het niet weten. Er zijn al zoveel goede fotografen, ook nu in Amersfoort. Nou...misschien toch wel: Zoek je eigen niche! Dat kan al heel simpel zijn, neem bijvoorbeeld het kader van een bushalte, wat daarin allemaal gebeurt is echt een toneel. Fotografie is net als een toneelstuk”, als subtiele verwijzing naar haar ouders. “Decor en spelers zijn er. Je moet alleen wachten tot het gaat beginnen, dat kan op het meest onverwachte moment zijn dus je moet altijd opletten.”
Lois Muller, senior medewerker Archief Eemland.