Hij was topmilitair in het Nederlandse leger, minister onder koning Willem II en woonde op Berg en Dal, buitenplaats bij Amersfoort: Charles baron Nepveu (1791-1871). Eindelijk beschikt Archief Eemland nu over een foto waar hij op staat, afkomstig uit het archief van Ton Blom, van wie we de foto ontvingen. Een archiefje over Charles Nepveu, zijn enige kind, zoon Jean Laurent baron Nepveu (1819-1903) en Berg en Dal hadden we al in onze collectie: BNR 0178. Hierin zijn vooral stukken te vinden over eigendom en verhuur van zijn grond.
De foto is een zogenaamde ‘carte de visite’, een fotoafdruk op een kaartje, dat lijkt op een visitekaartje, maar dan dikker, van karton. Dit was een populaire vorm van fotoafdrukken vanaf midden negentiende eeuw tot in de 20ste eeuw. Fotograaf was Henri Pronk, die zich vooral richtte op het portret. Leden van adellijke families en hoogleraren bezochten zijn atelier, waarschijnlijk omdat hij goede contacten onderhield met Parijs, waardoor hij op de hoogte was van de meest recente ontwikkelingen op het gebied van de fotografie. In de jaren zestig van de negentiende eeuw had hij een fotoatelier in Utrecht waar hij waarschijnlijk Charles Nepveu en zijn vrouw Clara Wilhelmina Elisabeth barones Nepveu-Grothe (1789-1871) fotografeerde. In 1866 plaatste Pronk een advertentie in de Amersfoortsche Courant waarin hij aankondigde dat hij een tijdelijk fotoatelier zou openen in Amersfoort. Of dat gebeurd is, weten we niet.
Nepveu is nu niet meer zo bekend, maar hij speelde in de 19de eeuw een belangrijke rol in de Nederlandse krijgsmacht en militaire politiek. Hij was onder meer binnen de Generale Staf verantwoordelijk voor het demobiliseren en inkrimpen van de Nederlandse strijdmacht na de mobilisatie van 1830 tot 1839 in het kader van de Belgische Opstand. Hij werd chef van de Generale Staf en ook was hij adjudant van koning Willem II, voor wie hij vaak naar het buitenland ging voor verschillende lobby-reizen.
In 1835 kocht hij Berg en Dal en de boerenhofstede De Boezemberg bij Amersfoort, waarbij het door zijn familie vergaarde geld in de koloniale slavernij van Suriname belangrijk was. Naar de slavernijgeschiedenis van Amersfoort wordt onderzoek gedaan en de gemeente Amersfoort zal het resultaat in 2026 presenteren.
Nepveu zou tot zijn overlijden op Berg en Dal blijven wonen met zijn vrouw en hun zoon. Dit gebied lag ten noordwesten van het huidige Eemplein. Later, in 1860, zou hij ook het perceel ‘Het Sasje’ kopen. De naam van wijkje ‘Het Sasje’, dat tweede helft 19de eeuw zou ontstaan, is hiervan afgeleid.
Zowel in Frankrijk als in Pruisen braken revoluties uit. Willem II vreesde dat er ook in Nederland een revolutie zou komen omdat ook hier weerstand was tegen de grote macht van de koning. Nepveu bood zijn diensten aan de koning aan en werd in maart 1848 minister van Oorlog.
Willem II stelde een grondwetscommissie in met liberalen onder aanvoering van Thorbecke. Die deed het voorstel tot invoering van ministeriële verantwoordelijkheid en rechtstreekse verkiezingen voor de Tweede Kamer volgens censuskiesrecht. Nepveu was tegenstander van de constitutionele veranderingen en zag dat tot zijn spijt dat ook de meeste ministers instemden met het grondwetsontwerp. Voor ‘eene republiek, zelfs eene democratie’, wilde hij niet werken. De voorzitter van de ministerraad, G. graaf Schimmelpenninck, was ook tegen de veranderingen en trad af. Nepveu volgde hem hierin in mei 1848.
Hij bleef bezwaar houden tegen de veranderingen en schreef in datzelfde jaar een open brief aan de koning. Toen hij in september 1848 deel uit ging maken van de Dubbele Kamer (de Tweede Kamer met hetzelfde aantal buitengewone leden, verkozen door de Provinciale Staten, ten behoeve van de duur van de grondwetsherziening) beoordeelde hij het voorstel voor een grondwetsherziening als iets 'der democraten, der communisten'. De Grondwet werd desondanks in deze vorm aangenomen en afgekondigd, waarna Nepveu zich uit het politieke leven terugtrok en hier niet meer in terug zou komen.
Door de Oranjes werd hij echter bijzonder gewaardeerd, waarna hem in 1849 de adellijke titel ‘baron’ werd toegekend door koning Willem III. In het leger bleef hij actief als onder meer chef-staf en adviseur. Ook werd hij voorzitter van de Speciale Commissie van Inspectie over het Militair Onderwijs. Daarnaast werd hij uitgezonden naar het buitenland, zoals de hoven in Weimar, Wenen en Sint-Petersburg.
De spanningen in Europa namen toe, zoals tussen Pruisen en Oostenrijk. Nepveu schreef hierover. Eerst onder het pseudoniem l'Homme Gris (1859), later onder het pseudoniem l'Homme Blanc (1866). Nepveu vond dat Nederland onvoldoende bewapend was tegen buitenlandse agressie en onwillig was om hier iets aan te doen. En daar was hij ontstemd over:
‘Het is het weerbare gedeelte der natie willens op de slagtbank brengen, op des slagers gehakbord. Het is op groote schaal menschen-, ja broedermoord plegen, om onze landskinderen met zulke afgekeurde en mindere wapenen tegenover den vijand te stellen. Het Hooge bestuur dat langer uitstelt de zaak aan te grijpen, het noodige daartoe te vragen, en de Vertegenwoordiging die langer weigerachtig blijft de hiervoor noodige gelden toe te staan, begaat, zoo als de tegenwoordige omstandigheden des tijds zijn, een letterlijken broedermoord, een verraad aan het Vaderland, het spelen van dat Vaderland binnen kort in de handen onzer vreet- en vleesgierige en op ons goud dorstige naburen.’
In dezelfde publicatie pleitte hij voor het rekruteren voor de militaire dienst van minderjarigen zonder voorafgaande toestemming van hun ouders of voogden.[1]
[1] Blanc, L'Homme, Losse gedachten over 's lands weerbaarheid, in den geest van, en als vervolg op l'Homme Gris, Tiel 1866, p. 8-9 en 15.
Jongere militairen kregen meer en meer problemen met het conservatisme van Nepveu. In 1866 leidde dit tot ongeregeldheden op de Koninklijke Militaire Academie in Breda. In de pers kwamen nu stukken over slecht onderwijs en werd de tuchthandhaving op de Academie aan de kaak gesteld. De ontstane situatie werd vooral geweten aan Nepveu, waarna de Commissie van Inspectie over het Militair Onderwijs in 1867 werd opgeheven en Nepveu op 76-jarige leeftijd met pensioen ging. Hij werd nog wel benoemd tot minister van Staat.
Na het overlijden van het echtpaar Nepveu in 1871 bleef hun zoon Jean Laurent op Berg en Dal wonen. Hij verkocht in 1881 ongeveer de helft van de grond en trok zich terug op De Boezemberg, dat hij omdoopte tot “Ma Retraite”. Ma Retraite verwijst naar het koloniale verleden van de familie Nepveu. Ma Retraite was een van de grootste plantages van Suriname. Nadat hij in 1903 overleed kocht de gemeente dit huis en de grond ten behoeve van onder meer de gemeentereiniging.
door Henk van Tilburg
https://nl.wikipedia.org/wiki/Charles_Nepveu
https://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn5/nepveu
Bezoek ook in het Eemhuis onze tentoonstelling 'Van Werk- tot Broedplaats. Werken en wonen in het Eemkwartier', waarin ook Charles baron Nepveu voorkomt.
https://depthoffield.universiteitleiden.nl/0406f06nl/
Auteur: Henk van Tilburg, adviseur Archief Eemland