"Met dichtgetimmerde ogen": oorlogsdagboek 1940-1945 is geschreven door Honoré Blijdenstijn
De achterneef van Honoré Blijdenstijn, Roland Blijdenstijn, maakte een bewerking van dit oorlogsdagboek. Dit stukje geeft een hele korte samenvatting van dit uitgebreide boek.
Honoré Blijdenstijn meende oprecht dat anderen ‘met dichtgetimmerde ogen’ naar de werkelijkheid keken. Zelf verdedigde hij de ideeën van de nazi’s, maar vond NSB’ers “het schuim van het volk”. En aan de ene kant uitte hij opvattingen tegen Joden, maar reageerde hij met afschuw op berichten over de Holocaust.
Honoré Blijdenstijn wordt op 25 januari 1883 geboren. Hij haalt in 1901 op de Kweekschool in Maastricht zijn lagere akte en wordt onderwijzer op een katholieke basisschool in Amsterdam. Later haalt hij zijn hoofdakte onderwijs en is daarmee volledig lesbevoegd. Op 1 mei 1923 wordt hij benoemd tot directeur van de Rijkskweekschool aan de Herenstraat in Amersfoort. In 1933 trouwt hij met Roos van Wesemael.
Door het dagboek is Roland heel wat te weten gekomen over zijn familie in oorlogstijd. Aangevuld met gegevens uit de dagboekjes van zijn vader komt een zwaar katholieke familie naar voren die al lang in het onderwijs zit, kunstzinnige voorkeur heeft en Duits gericht is. Als de Duitsers binnenvallen begint hij met zijn dagboek. Hij beschrijft de evacuatie van Amersfoort naar Noord-Holland.
De eerste oorlogsjaren zijn Honoré en zijn vrouw Roos pro-Duits. Hij heeft enerzijds Joodse vrienden, maar anderzijds vindt hij dat Joden hier niet thuishoren. Halverwege 1941 ziet hij dat de Duitsers het rechtssysteem afbouwen en Nederland als zelfstandig land stopzetten. Als de maatregelen steeds oneerlijker worden en de politie zonder toestemming ieder huis mag betreden roept hij: “Je reinste politiestaat”. Maar hij blijft nog pro-Duits. Later dringt de wreedheid van het Duitse bewind tot hem door en geeft hij in het voorjaar van 1943 te kennen dat hij zich heeft vergist. Als de oorlog uitbreekt zit Honoré bijna veertig jaar in het onderwijs. Hij weet zijn kweekschool open te houden.
Honoré en Roos zijn goed voorbereid op de tekorten aan voedsel. Roos zorgt dat er altijd wat in huis is. “In het oorlogsjaar 1944 is ‘alles veel erger geworden’. Er komen kwade maanden aan volgens Blijdenstijn.” Ze krijgen in hun huis aan de Utrechtseweg ook Duitsers in huis. In het najaar van 1944 wordt het steeds moeilijker om aan eten te komen. Telefoon, gas en elektra zijn afgesloten. De Hongerwinter treedt in.
Tijdens de bevrijding raakt Honoré, te midden van een feestvierende groep mensen, in een schietpartij verzeild tussen Duitsers en leden van de Binnenlandse Strijdkrachten. Na de bevrijding is niet ineens alles beter. Het ontbreekt aan vers vlees, eieren en groenten, textiel en schoenen. Vee en kippen zijn door de Duitsers gestolen. Tot half augustus is er geen gas. Bij zaterdag 11 augustus 1945 sluit het dagboek af met de vraag of de uitvinding van de atoombom voor eeuwige vrede zal zorgen. We weten nu wel beter.
Wilt u meer weten over dit boek? Het boek is in te zien bij Archief Eemland, onder plaatsingscode 6969.