Bij Archief Eemland hebben we recent het boek Jacob van Campen - Schilder en architect, geschreven door Jan Niessen, in de bibliotheek opgenomen. In het boek staat de levensloop van Jacob van Campen beschreven en hoe en wanneer zijn belangrijkste werken zijn gemaakt.
Hij is geboren in 1596 en gestorven in 1657 en leefde bijna zijn hele leven in oorlogstijd, op 9 jaren na. De tachtigjarige oorlog was toen aan de gang. Rond zijn geboorte viel de oorlog in het voordeel van Nederland uit. Later profiteerde hij van het gunstige economische klimaat. Op ongeveer twaalfjarige leeftijd begon hij aan zijn schildersopleiding. In zijn jonge jaren werd hij ook architect.
In 1626 was Jacob van Campen dertig jaar. Hij erfde Huis Randenbroek van zijn moeder. In 1629 werd de stad ingenomen. Daarna trokken de troepen weg en werd Randenbroek in brand gestoken. Hij bouwde het huis daarna opnieuw op, naar zijn eigen idee. Randenbroek werd een ontmoetingsplaats voor kunstenaars en kunstliefhebbers, zoals Everard Meyster, Matthias Withoos en Gerrit van Stellingwerff.
Zijn vriendschap met Constantijn Huygens was van belangrijke betekenis voor het verloop van zijn loopbaan. Via hem kreeg hij verschillende opdrachten. Zo ontwierp hij het huis van Johan Maurits van Nassau-Siegen. Dat huis moest vlak bij het huis van Huygens komen. De bouw van deze twee huizen liep voor een tijd gelijk op.
Ook werkte Jacob van Campen als decorateur voor Frederik Hendrik en zijn vrouw Amalia van Solms, het stadhouderlijke echtpaar. Hij deed voor hen verschillende projecten. Na de dood van Frederik Hendrik gaf Amalia hem opdracht om de ontvangstzaal van Huis ten Bosch, die de naam Oranjezaal kreeg, te decoreren. En hij ontwierp kerken in karakteristieke classicistische stijl. Waarschijnlijk heeft Constantijn Huygens, Van Campen aanbevolen om de kerk in Hooge Zwaluwe te ontwerpen. De adellijke Johan van Reede gaf hem de opdracht tot de bouw van de kerk in Renswoude. In Haarlem maakte hij een ontwerp voor de verbouw van de middeleeuwse Sint-Annakapel. In Alkmaar werkte hij aan een plan voor de herbouw van het hoofdorgel in de Grote Sint-Laurenskerk.
Johan Maurits keerde in 1644 terug uit Brazilië, waar hij gouverneur was geweest voor de WIC. Jacob van Campen hielp hem om het Mauritshuis in te richten met meegebrachte opgezette dieren, tekeningen en schilderijen. “Veruit het grootste gebouw dat Van Campen heeft ontworpen is het stadhuis (nu Paleis) op de Dam.” De eerste houten heipalen gingen in 1648 de grond in. Het duurde nog tot 1665, dus tot na zijn dood, voordat het stadhuis helemaal af was. In de jaren voor zijn dood werkte hij nog aan veel projecten, waaronder De Wegh der Wegen, de provinciale weg tussen Utrecht en Amersfoort. Toen hij terug was uit Kleef, waar hij werkte aan de Kleefse Tuinen, overleed hij.
Achter in het boek staat een In Memoriam, waarin Van Campens sterke punten in het kort worden beschreven.
Wilt u meer weten over wat de schilder en architect tot stand heeft gebracht? U kunt het boek inzien bij Archief Eemland, onder plaatsingscode 6977.
Auteur: Sandra Hofman