Logo - Archief Eemland

Zoeken door alles

Amersfoortse handelingen in de Engels-Russische invasie van 1799

De Bataafse Republiek werd door de patriotten in 1795 uitgeroepen met steun van het binnenvallende Franse Leger. Dit bracht een aantal veranderingen voor de voormalige republiek der Nederlanden. Deze nieuwe republiek, ingericht naar revolutionaire en verlichte ideeën, werd een eenheidstaat. De voormalige, grotendeels zelfstandige, gewesten van de Nederlanden werden onderverdeeld in nieuwe departementen onder een gecentraliseerd gezag. De stadhouder, Willem V van Oranje-Nassau, vluchtte naar Engeland.
De Bataafse Republiek werd hiermee een zusterrepubliek van de revolutie. De nieuwe natie was in theorie onafhankelijk, maar was in realiteit sterk verbonden met Frankrijk. Hiermee werd de republiek ook een doelwit voor de vijanden van revolutionair Frankrijk.

In het vijfde jaar van de Bataafse Vrijheid (1799) werd de republiek dan ook aangevallen. Op 27 augustus kwam in Holland een Engels invasieleger aan land bij het dorp Groote Keeten. De Engelse troepen werden snel versterkt met Russische soldaten. 
De Engelse-Russische invasie had als doel om de Bataafse Oorlogsvloot van 80 schepen bij Den Helder uit te schakelen en om Amsterdam te veroveren om zo een opstand tegen de Bataafse Republiek te ontketenen. Met een opstand tegen de Bataafse Republiek zou de Franse revolutionaire expansie worden teruggedrongen. Het was de angst van de Engelse regering dat de Bataafse republiek zou worden gebruikt als springplank voor een aanval op Engeland. De prins van Oranje, zoon van de in 1795 gevluchte stadhouder en latere koning Willem I, werd meegenomen om de Nederlandse bevolking in beweging te krijgen.

Bericht van het bewind van de Franse Republiek na de invasie, 29 augustus 1799
Bericht van het bewind van de Franse Republiek na de invasie, 29 augustus 1799

Amersfoortse wagens, paarden en schepen

Om de invasie af te slaan werd door het Vertegenwoordigend Lichaam (parlement) van de Bataafse Republiek en door de regering van Frankrijk een beroep gedaan op de gemeenten (de nieuwe plaatselijke bestuursvorm) in de verschillende departementen. Waaronder ook op de gemeente Amersfoort, destijds onderdeel van het departement van de R(h)ijn.

Amersfoort was onder andere betrokken bij het transporteren van ammunitie en het ondersteunen van het veldleger. 
Zo werd het gemeentebestuur van Amersfoort belast met het leveren van wagens, paarden en tien ‘Karlieden’ en ‘Drijvers” van paarden ter begeleiding van de artillerie.

Opdracht tot het leveren van karlieden/drijvers van 1 september 1799
Opdracht tot het leveren van karlieden/drijvers van 1 september 1799

De gemeente Amersfoort bleek echter niet in staat om het aantal gevraagde drijvers en wagens te leveren ter ondersteuning van de doortrekkende soldaten. Het niet kunnen leveren van genoeg drijvers kwam onder andere door het stedelijke karakter van de gemeente zoals uit een brief van het gemeentebestuur bleek:  “Dat van onze ingezetenen grootendeels uit Weverijen bestaat, en dat geene spinders of wevers bekwaam zijn, om met paarden om te gaan”
Na het aangeven van dit probleem bij het Departement van de Rijn kreeg de gemeente toestemming om omliggende gemeenten binnen drie uur afstand aan te schrijven om bij deze besturen de benodigde wagens te vorderen. Deze toestemming werd later ook gegeven voor het vorderen van paarden.

Bericht van het bestuur van het departement van de Rijn, september 1799
Bericht van het bestuur van het departement van de Rijn, september 1799

Ook Amersfoortse schepen werden ingezet voor het leveren van ammunitie en oorlogsvoorraden. Dit werd geïllustreerd met het contact tussen de gemeenten Amersfoort en Amsterdam. In september 1799 verzocht gemeente Amsterdam aan Amersfoort om zo spoedig mogelijk vijf schepen te sturen (en indien nodig te vorderen) voor het vervoeren van proviand voor het leger. Het gemeentebestuur heeft dit verzoek moeten weigeren: de schepen waren niet beschikbaar omdat deze al waren ingezet voor het vervoeren van ammunitie voor het vaderlandsbelang.

Brief van het gemeentebestuur van Amersfoort gericht aan Gemeente Amsterdam
Brief van het gemeentebestuur van Amersfoort gericht aan Gemeente Amsterdam

Het oproepen van de ‘Burgermagt’

Vanuit het landelijk bestuur is er ook besloten om Bataafse bevolking te bewapenen. Burgers werden voor verschillende doeleinden ingezet. De eerste groep die werd opgeroepen bestond uit burgers die tot oktober 1787 en na januari 1795 bewapend waren, maar te oud waren om geregistreerd te worden voor het leger. Deze burgers dienden zich te bewapenen en te organiseren in corpsen om vervolgens plaatselijk ingezet te kunnen worden om de rust en veiligheid te bewaken na het vertrek van soldaten uit de stad. 
Amersfoort had echter moeite met het bewapenen van de burgerdienst. Na het vertrek van de soldaten uit de stad zouden er slechts honderd geweren in Amersfoort aanwezig zijn, zonder patroontasjes of sabels.  
Het gemeentebestuur heeft vervolgens het departement van de Rijn aangeschreven met het verzoek voor materiaal om dit probleem te verhelpen.

Publicatie van het gemeentebestuur voor het aanwerven van burgers)
Publicatie van het gemeentebestuur voor het aanwerven van burgers

Het gemeentebestuur werd ook aangeschreven om oproepen te publiceren om zo burgers op te roepen voor het ondersteunen van het Bataafse leger ‘Welke zich tot hunne bescherming, en tot verdediging des Vaderlands vrijwillig zullen aanbieden, om zich terstond te begeven naar de stad Utrecht, en zich aldaar met zodanige vrijwilligers, als van andere plaatzen uit dit Departement zullen aankomen, dadelijk te formeeren tot Compagnien van honderd en agt Manschappen”
Later in het conflict werd de vrijwillige basis losgelaten. In een bevel van het Vertegenwoordigend Lichaam van de Bataafse Republiek van 9 oktober 1799 kregen de verschillende gemeentebesturen opdracht manschappen aan te werven om het Bataafse Leger te versterken. Op basis van het aantal inwoners van de gemeente diende een aantal manschappen te worden gezonden. Dit konden mannen zijn tussen de 18 en 40 jaar van “bekwaame groote en zonder lichaams gebreeken”.

Een lijst van door het gemeentebestuur van Amersfoort aangeworven manschappen)
Een lijst van door het gemeentebestuur van Amersfoort aangeworven manschappen

Een invasie is afgeslagen

De eerste fase van de invasie was succesvol voor de Engels-Russische troepen. Het gecombineerde leger had al snel Holland, ten noorden van de lijn Egmond-Alkmaar-Hoorn, onder controle. De invasiemacht zou Amsterdam echter nooit bereiken en een opstand tegen de Bataafse republiek bleef uit. Een Frans-Bataafs leger bevocht de invasie in verschillende slagen en versloeg de invasiemacht op 6 oktober definitief bij Castricum. Op 14 oktober gaf het Engels-Russische leger zich over en kreeg een vrije aftocht (in bezit van een aantal buitgemaakte oorlogsschepen). Op 19 november verlieten de laatste vijandige soldaten het Bataafse grondgebied.
De meeste aangeworven manschappen zouden in de loop van november en december 1799 terugkeren naar hun woonplaatsen.

Bronnen: