Logo - Archief Eemland

Zoeken door alles

Aflaat

In de Middeleeuwen hield men zich intensief bezig met het hiernamaals. Volgens de leer van de katholieke kerk ging de ziel van een overledene niet direct naar de hemel of hel, maar eerst naar het vagevuur – een tussenfase waarin zielen werden gezuiverd van hun zonden. De tijd die men daar doorbracht, kon worden verkort met een aflaat: een kwijtschelding van tijdelijke straffen in het vagevuur.

Oudste exemplaar van een aflaat uit onze collectie afkomstig uit de archieven van het Amersfoortse Stadsbestuur uit het jaar 1506. Veel van de tekst is weggevallen.

In eerste instantie konden aflaten worden verdiend door goede daden, zoals gebed, pelgrimages of het geven van geld aan de armen (aalmoes). Later ontstond de praktijk om aflaten ook tegen betaling te verkrijgen. Dit werd in de loop van de middeleeuwen steeds gebruikelijker. Het geld werd bijvoorbeeld gebruikt voor het onderhoud van kerkgebouwen en kerkelijke bouwprojecten.

Pamflet van het aartspriesterschap van Utrecht betreffende het verlenen van aflaten aan bedevaartgangers naar O.L.V. van Kevelaer (bedevaartsoort in Duitsland) van de Amersfoortse broederschap uit het jaar 1850.

De handel in aflaten groeide in de late Middeleeuwen uit tot een ware industrie. Rondreizende verkopers boden soms vervalste aflaten aan en regelmatig werd de verkoop ervan gebruikt voor persoonlijke verrijking van geestelijken. Door dit soort praktijken nam de kritiek toe. Volgens velen, onder wie de Duitse monnik Maarten Luther, stond de aflatenhandel haaks op de ware leer van de kerk. In 1517 publiceerde Luther zijn beroemde 95 stellingen, waarin hij de handel in aflaten scherp veroordeelde. De stellingen van Luther worden gezien als het begin van de Reformatie: een splitsing binnen het christendom waaruit het protestantisme ontstond. De protestantse kerken die uit de splitsing voortkwamen verwierpen dan ook zowel de aflaten als het idee van het vagevuur volledig.

Voorkant akte uit 1775 waarbij de pastoor van Soest volmacht verkrijgt om aan hen, die het 40-uren gebed drie keer per jaar bidden, een volle aflaat te verlenen. Achterkant akte uit 1775 waarbij de pastoor van Soest volmacht verkrijgt om aan hen, die het 40-uren gebed drie keer per jaar bidden, een volle aflaat te verlenen.

Ook de Katholieke Kerk kwam tot inzicht dat de handel in aflaten niet te rijmen was met hun leer en tijdens het Concilie van Trente (1545-1563) werd de aflatenhandel officieel afgeschaft. De kerk benadrukte dat vergeving enkel via geloof, genade en de sacramenten verkregen kon worden. Aflaten bleven wel bestaan, maar onder strikte voorwaarden en los van elke vorm van handel.

Voorkant van een soortgelijke akte uit de archieven van de parochie Sint Nicolaas te Eemnes uit 1845.Achterkant van een soortgelijke akte uit de archieven van de parochie Sint Nicolaas te Eemnes uit 1845.

In de collectie van Archief Eemland zijn meerdere archiefstukken te vinden die betrekking hebben op aflaten:

  1. Oudste exemplaar van een aflaat uit onze collectie afkomstig uit de archieven van het Amersfoortse Stadsbestuur uit het jaar 1506. Veel van de tekst is weggevallen.
  2. Pamflet van het aartspriesterschap van Utrecht over het verlenen van aflaten aan bedevaartgangers naar O.L.V. van Kevelaer (bedevaartsoort in Duitsland) van de Amersfoortse broederschap uit het jaar 1850.
  3. Akte uit 1775 waarbij de pastoor van Soest volmacht verkrijgt om aan hen, die het 40-uren gebed drie keer per jaar bidden, een volle aflaat te verlenen.
  4. Een soortgelijke akte uit de archieven van de parochie Sint Nicolaas te Eemnes uit 1845.

Binnen Nederland heeft het archief van Erfgoedcentrum Zutphen een uniek gedecoreerd exemplaar van een aflaat uit 1336.