In de Middeleeuwen hield men zich intensief bezig met het hiernamaals. Volgens de leer van de katholieke kerk ging de ziel van een overledene niet direct naar de hemel of hel, maar eerst naar het vagevuur – een tussenfase waarin zielen werden gezuiverd van hun zonden. De tijd die men daar doorbracht, kon worden verkort met een aflaat: een kwijtschelding van tijdelijke straffen in het vagevuur.

In eerste instantie konden aflaten worden verdiend door goede daden, zoals gebed, pelgrimages of het geven van geld aan de armen (aalmoes). Later ontstond de praktijk om aflaten ook tegen betaling te verkrijgen. Dit werd in de loop van de middeleeuwen steeds gebruikelijker. Het geld werd bijvoorbeeld gebruikt voor het onderhoud van kerkgebouwen en kerkelijke bouwprojecten.

De handel in aflaten groeide in de late Middeleeuwen uit tot een ware industrie. Rondreizende verkopers boden soms vervalste aflaten aan en regelmatig werd de verkoop ervan gebruikt voor persoonlijke verrijking van geestelijken. Door dit soort praktijken nam de kritiek toe. Volgens velen, onder wie de Duitse monnik Maarten Luther, stond de aflatenhandel haaks op de ware leer van de kerk. In 1517 publiceerde Luther zijn beroemde 95 stellingen, waarin hij de handel in aflaten scherp veroordeelde. De stellingen van Luther worden gezien als het begin van de Reformatie: een splitsing binnen het christendom waaruit het protestantisme ontstond. De protestantse kerken die uit de splitsing voortkwamen verwierpen dan ook zowel de aflaten als het idee van het vagevuur volledig.


Ook de Katholieke Kerk kwam tot inzicht dat de handel in aflaten niet te rijmen was met hun leer en tijdens het Concilie van Trente (1545-1563) werd de aflatenhandel officieel afgeschaft. De kerk benadrukte dat vergeving enkel via geloof, genade en de sacramenten verkregen kon worden. Aflaten bleven wel bestaan, maar onder strikte voorwaarden en los van elke vorm van handel.


In de collectie van Archief Eemland zijn meerdere archiefstukken te vinden die betrekking hebben op aflaten:
Binnen Nederland heeft het archief van Erfgoedcentrum Zutphen een uniek gedecoreerd exemplaar van een aflaat uit 1336.