Soest

90652 soest

De gemeente Soest omvat de woonkernen Soest, Soestduinen en Soesterberg.

Ontstaan en eerste ontwikkeling

Soest wordt in 1028 voor het eerst in de archieven genoemd, maar bestaat veel langer.

Van de oudste ontwikkeling van Soest is niet veel bekend. In de Soester duinen zijn werktuigen gevonden die dateren van ongeveer 8.000 jaar voor de jaartelling. Uit de jonge steentijd (circa 2.500-2.000 voor Christus) zijn verschillende grafheuvels overgebleven, onder andere het Enghenbergje, midden op de Eng. De doden werden in die tijd begraven op hoge, en dus droge, plekken. Ook is een aantal grafheuvels getraceerd in het gebied Korte Duinen/Monnikenbos, tussen Soest-Zuid en Amerfoort.

Soest is een lintdorp dat is ontstaan op de grens van nat en droog. De voet van de Eng bood de vroegere bewoners een veilige en droge plek, terwijl het lager gelegen land van de Eempolder aantrekkelijk was als hooiland en weidegebied voor het vee. De rivier de Eem vormt de oostgrens tussen Soest en Baarn en Amersfoort.

Van middeleeuwen tot 1900

De boeren gebruikten de Eng voor het verbouwen  van boekweit, rogge, aardappelen, knollen en gerst. Andere bestaansbronnen waren  turfwinning in het Soesterveen, schapenhouderij, bezembinderij en bijenteelt op de uitgestrekte heidevelden en veeteelt.

Aan het einde van de 18e eeuw was Soest een klein agrarisch dorp van nog geen 1.200 inwoners. Uit een volkstelling van 1786 blijkt dat 68 % van de gezinnen tot de boerenstand behoorde, 30,5 % tot de middenstand en 1,5 % tot de notabelen.

In de negentiende eeuw bleken de hoog gelegen zandgronden van de noordelijke Heuvelrug een goede basis om kampementen en oefenterreinen te vestigen. Het ruimtebeslag van deze militaire terreinen was omvangrijk, ook in Soest en Soesterberg.

Vanaf 1900

Tussen 1900 en 1945 groeide Soest van ongeveer 4.700 tot 20.000 inwoners. Door de aanleg van het spoorwegnet en goede verbindingswegen kwam Soest steeds meer in trek als woonplaats voor mensen uit de stad. Rondom en ook wel op de Eng, in Soestdijk, Soest-Zuid en het Soesterveen ontstonden bouwlocaties. Rond 1920 groeiden Soestdijk en Soest aan elkaar.

Het karakter van Soest als plaats voor woonforensen veranderde snel na de Tweede Wereldoorlog. Met de komst van nieuwe en de uitbreiding van bestaande industrieën werd Soest aanvankelijk een belangrijke werkgemeente. Later werd, onder andere door het verdwijnen van enkele grote industrieën, een omgekeerde ontwikkeling zichtbaar. Achtereenvolgens verschenen de wijken Klaarwater, Smitsveen, Overhees en de Boerenstreek.

Soesterberg is van Soest gescheiden door een kleine heuvelrug, de Stompert, de "Soester berg", en was vóór 1910 een vrij onbekend dorp.  Tussen deze twee kernen in ligt de kleine buurtschap Soestduinen, geheel omgeven door bossen.

In 1910 werd in Soesterberg een groot stuk heideveld ingericht als vliegterrein. Het oefenvliegveld in Soesterberg groeide in de periode tussen de beide wereldoorlogen uit tot het eerste militaire vliegveld in Nederland en werd de basis van de Nederlandse luchtmacht. In de naoorlogse periode werd het uitgebreid en waren er ook soldaten van de Amerikaanse luchtmacht gelegerd. De groei van de luchthaven betekende een grote stimulans voor de ontwikkeling van Soesterberg. In 2009 is het vliegveld gesloten.

In 2009 telt Soest ruim 45.000 inwoners, waarmee het inwonertal vanaf 1950 bijna verdubbeld is, en heeft een oppervlakte van 46,47 km².