Leusden

Feest bij het zilveren ambtsjubileum van burgemeester de Beaufort in 193

De gemeente Leusden bestaat naast het gelijknamige dorp uit de dorpen Achterveld, Leusden-Zuid en Stoutenburg en een aantal buurtschappen, zoals Oud-Leusden, Snorrenhoef, Musschendorp en Asschat.

Ontstaan, landschap en eerste ontwikkeling

Al in het jaar 777 werd Leusden in schriftelijke bronnen genoemd. Het heette toen Lisiduna. De bewoningskern lag in Oud-Leusden, rondom de plek waar nog steeds het oudste monument van Leusden staat, de toren van de voormalige Urbanuskerk.

Het landschap van de gemeente Leusden is zeer divers. Er zijn drie landschapstypen te onderscheiden. De westzijde van de gemeente ligt op de flank van de Utrechtse Heuvelrug. Hier ligt nu de Leusderheide. Tussen de Doornseweg en Arnhemseweg bevindt zich een strook stuifzanden. Hier liggen heidevelden en rond het jaar 1800 aangeplante naaldhoutbossen (Den Treek). Ten oosten van het stuifzand strekt zich een lager gelegen veenweidegebied uit. Langs wegen door het gebied, de zogeheten ontginningsassen, ontstonden de nederzettingen Hamersveld, Leusbroek en Asschat. Ten oosten van de ontginning in Hamersveld en Asschat wordt de grond geleidelijk hoger. De boerderijen liggen daar niet langs de wegen, maar verspreid in het landschap. Deze landschaptypen zijn ook in het huidige Leusden goed terug te zien.

Op de zandgronden waren er vooral gemengde agrarische bedrijven, waarbij de veeteelt in dienst stond van de akkerbouw. Vee leverde naast vlees, wol en andere producten ook mest waarmee de akkers vruchtbaar werden gehouden.

Vanaf 1800 tot 1950

Uit beschrijvingen uit het begin van de negentiende komt een beeld naar voren van een landbouwsysteem dat intussen zeer arbeidsintensief was geworden. Op de akkers werd nu elk jaar geteeld en een belangrijk deel van de veestapel had als belangrijkste functie de levering van mest. De natte bossen in de Gelderse Vallei waren gekapt en omgezet in graslanden. De bossen op de Utrechtse Heuvelrug waren eveneens verdwenen, door overmatige houtkap, en hadden plaats gemaakt voor uitgestrekte heidevelden.

Leusden bleef lange tijd een volledig landelijk gebied, gedomineerd door lintbebouwing en verspreide bebouwing. Pas in de loop van de negentiende en in de twintigste eeuw ontstonden echte woonkernen, doordat middenstanders en een deel van de arbeiders zich rond een kerk of een andere centrumgebouw gingen vestigen.

Binnen de gemeentegrenzen ligt een deel van de zogeheten Grebbelinie, een waterlinie, die al uit de achttiende eeuw stamt, maar die in 1939-1940 nog aanzienlijk met bunkers werd versterkt. Bijzonder zijn de restanten van het voormalige concentratiekamp Amersfoort, dat op Leusdens grondgebied ligt.

Vanaf 1950

In de tweede helft van de twintigste eeuw veranderde Leusden van een plattelandsgemeente in een sterk verstedelijkte forensenplaats.

De dorpen Leusbroek en Hamersveld ondergingen in de jaren zestig en zeventig grote uitbreidingen en werden omgedoopt in Leusden-Zuid en Leusden-Centrum.

De huidige gemeente Leusden ontstond in 1969 door samenvoeging van de gemeenten Leusden en Stoutenburg. Beide gemeenten deelden al sinds 1851 de burgemeester en sinds 1956 het gemeentehuis.

De arbeidsmarkt wordt voornamelijk bepaald door dienstverlenende bedrijven.

De gemeente telt in 2008 28.606 inwoners en heeft een oppervlakte van 62,02 km².