Bunschoten

regiobunschoten
De gemeente Bunschoten bestaat uit de woonkernen Bunschoten-Spakenburg, Eemdijk en Zevenhuizen. Het grondgebied ligt in de Eemvallei, het noordwestelijke deel van de Gelderse Vallei. Het maakt deel uit van het veenweidegebied Eemland en bestaat merendeels uit klei-op-veengronden. Driekwart van deze gronden heeft een agrarische bestemming. Bunschoten, met een van oorsprong rijke boerenbevolking, en het armere vissersdorp Spakenburg dat direct aan de Zuiderzee lag, zijn in de loop van de tijd aan elkaar gegroeid. Eemdijk ligt ten westen van de kern Bunschoten-Spakenburg langs de rivier de Eem. Ook dit is van oorsprong een boerendorp, wat nog steeds zichtbaar is door de vele boerderijen. Hetzelfde geldt voor de kern Zevenhuizen, een langgerekte buurtschap ten zuidoosten van Bunschoten.

Ontstaan en eerste ontwikkeling Bunschoten

Bunschoten ontstond rond 1200 als agrarische nederzetting. Eerst kende men een gemengde bedrijfsvoering, waarbij de veeteelt in dienst stond van de akkerbouw. De voortdurende ontwatering leidde echter tot een daling van het maaiveld. De gronden werden natter en de boeren zagen zich gedwongen hun bouwland om te zetten in weiland. Zo vond er geleidelijk een verschuiving plaats van akkerbouw naar veeteelt.

Men richtte zich vooral op de melkveehouderij. Daarnaast vormde de verkoop van hooi een belangrijke bron van inkomsten.

Een klein aantal percelen was als akkerland in gebruik. Hierop teelden de boeren in 1815 rogge, tarwe, tabak en aardappelen.

Spakenburg

De haven van Spakenburg is onlosmakelijk verbonden met de ontwikkeling van het dorp. Hier lagen de schepen waarmee de Spakenburgers hun brood verdienden. Al in 1450 ventten Spakenburgers hun vis in Amersfoort. Een eeuw later telde de vissersvloot 18 à 19 schepen.

In de negentiende eeuw maakte de vissersvloot een ongekende bloei door. Het aantal vaartuigen steeg tussen 1812 en 1892 van 34 tot 193. Dit was onder andere het gevolg van betere afzetmogelijkheden in binnen- en buitenland.

Vanaf de zestiende eeuw maakte Spakenburg deel uit van een verdedigingslinie die later de naam Grebbelinie zou dragen.

Vanaf 1900

Pas in 1901 begon in Bunschoten de industrialisatie. In dat jaar werd vlakbij de Veenestraat de Stoomzuivelfabriek De Kleine Pol geopend.

Door de afsluiting van de Zuiderzee door de aanleg van de Afsluitdijk in 1932 en de latere inpoldering van het IJsselmeer, verdween de visserij uit Spakenburg. De visbewerking en vishandel bleven wel bestaan, maar de vis werd van buiten de omgeving aangevoerd.

Om de werkloos geworden vissers weer aan het werk te helpen werd in 1929 een knopenfabriek in het dorp gevestigd, in 1934 gevolgd door een schoen- en pantoffelfabriek.

Tussen 1945 en 1992 is de bevolking van de gemeente verdrievoudigd tot ongeveer 18.700 inwoners. Het woningbestand nam in deze periode toe van 1.219 tot 5.494 woningen.

De industriële bedrijvigheid is groot. De metaalindustrie Polynorm is de grootste werkgever, maar ook de branches waar brood, koek, gebak, vis, betonwaren etc. geproduceerd en verwerkt worden, bieden aan veel mensen werk.

Sinds de gemeentelijke herindeling in 1974 heeft de gemeente een oppervlakte van 35,58 km².  Een deel van de buurtschap Zevenhuizen, onderdeel van de voormalige gemeente Hoogland, werd toen aan de gemeente Bunschoten toegevoegd. Het aantal inwoners bedraagt in 2008 19.752.