Liendert

De wijk Liendert ontleent zijn naam aan de hoeve Liendert of Lienlaer. Een opvolger van deze oude boerderij is nog steeds even buiten de wijk te vinden aan Rodderikweg/Robbeknolerf. Boerderij Liendert behoorde in de middeleeuwen tot de maalschap (dat is een markegenootschap) Wede en Emiclaer en bestond zeker al in 1282, maar heeft waarschijnlijk een geschiedenis die nog veel verder teruggaat. Gedeelten van de tegenwoordige wijk behoorden tot een grenswijziging in 1940 bij de gemeente Hoogland.

Veel van de verspreid in dit gebied staande boerderijen en woningen werden in het begin van de Tweede Wereldoorlog door Nederlandse militairen verwoest om een vrij schootsveld te krijgen.

Door regelmatige overstromingen was het gebied van oudsher alleen als weidegrond geschikt. Vanaf 1937 werd het Valleikanaal gegraven, waardoor de wateroverlast verminderde en grootschalige woningbouw mogelijk werd. Plannen voor woningbouw en voor de ontwikkeling van een echte wijk dateren van na de Tweede Wereldoorlog. Amersfoort had zich sinds het einde van de negentiende eeuw voornamelijk in zuidelijke en westelijke richting uitgebreid. Naar de mening van stadsarchitect Zuiderhoek was de stad hierdoor behoorlijk scheef gegroeid en daar moest nodig wat aan gedaan worden. In het uitbreidingsplan 'Plan in Hoofdzaak' werd de zogenaamde Bloembladtheorie geïntroduceerd. Drie nieuwe woonwijken werden aan de noord- en oostkant van de stadskern als bloembladen ontworpen; zij moesten als tegenhangers dienen voor wijken als Dorrestein en Soester- en Bergkwartier. De binnenstad zou zo weer het 'hart van de bloem' worden. De bouwplannen voor de wijk Liendert met ruim 3000 woningen werden eind 1961 door de gemeenteraad goedgekeurd. In april 1964 betrokken de eerste bewoners van de wijk hun nieuwe woningen aan de Geelgorsstraat.

Het rechthoekige wegenstelsel, inclusief groenstroken, dat in Liendert werd gerealiseerd, was bij de bouw een noviteit, evenals de ringweg die werd aangelegd langs het Valleikanaal. Zo werd ervoor gezorgd dat het doorgaande verkeer buiten de woonwijk werd omgeleid. In het noordwesten van Liendert is het verkavelingpatroon iets onregelmatiger en staat er nog een enkele boerderij. De hoofdwegen in Liendert zijn georiënteerd op de O.L.V.toren in het centrum van de stad.

De straten in Liendert zijn genoemd naar vogels of dragen namen die op vogels betrekking hebben. Alleen de Liendertseweg, Liendertsedreef (tot 1964 -steeg) en Lageweg vormen daarop een uitzondering, maar zij bestonden dan ook al lang voor de wijk werd aangelegd.

Literatuur:

  • Max Cramer, Amersfoort. Basisplan bestaand stedelijk gebied. Historische wijkanalyse (Amersfoort, 1991)
  • M.A. Cramer, "De groei van de stad" deel 6 van: D.G.J. Elias (ed.), Amersfoort zoals het was (Zwolle 1996)
  • M.A. Cramer, Amersfoort. Architectuur en stedenbouw 1850-1940 (Zwolle 1996)