Amersfoort

CAS-27904-10.jpg

De gemeente Amersfoort omvat de stad Amersfoort en de dorpen Hoogland en Hooglanderveen.

Ontstaan

De eerste keer dat de naam Amersfoort voorkomt, is in een oorkonde uit het jaar 1028. Een ambtenaar van de Duitse keizer Koenraad II legde in dit document de bezittingen van het klooster op de Heiligenberg bij Leusden zwart op wit vast en vermeldde akkers te 'Amersfoirde'. Met dit 'Amersfoirde' werd een gebied bedoeld, waar een doorwaadbare plaats te vinden was en de Amer (tegenwoording Eem) kon worden overgestoken. Hier vestigden zich ambachtslieden en kooplieden en zo ontstond er een nederzetting tussen de huidige Hof en Havik. Om zich te verdedigen wierpen de bewoners rond hun nederzetting een aarden wal op. Ze versterkten de wal met boomstammetjes en legden er een gracht omheen. Omdat het aantal bewoners sterk toenam en de ontginningstechnieken verbeterden, werd in de twaalfde eeuw een begin gemaakt met het droogleggen van de omgeving en het geschikt maken van deze terreinen voor bewoning en bebouwing. Deze activiteiten brachten voorspoed, wat mensen van elders aantrok. Amersfoort werd meer en meer welvarend.

Op 12 juni 1259 hadden de Amersfoorters alle reden tot feestvieren. Op die dag gaf bisschop Hendrik van Vianden Amersfoort stadsrechten en daarmee een eigen bestuur. Rond het jaar 1300 was de welvaart zo groot dat de nieuwe stad het zich kon permitteren het stadsgebied van het omliggende platteland af te schermen met een kostbare stenen muur, met daarin een aantal land- en waterpoorten. Van deze eerste ommuring is alleen een restant van de Kamperbinnenpoort overgebleven.

De Muurhuizen

De fraaie stenen ring om de stad was nauwelijks gesloten of hij begon al te knellen. Het ging de stad in de 14e eeuw voor de wind en dat betekende dat het aantal inwoners sterk toenam. De burgers staken opnieuw de handen uit de mouwen en legden een tweede muur om de stad. Hiermee werd het grondgebied van de stad zodanig vergroot dat er voor de komende eeuwen genoeg ruimte binnen de ommuring was. Tussen de eerste en de tweede omwalling ontstonden de wijken Bloemendal, Kamp en Breul. Op de plaats van de eerste muur bouwde men de Muurhuizen. Nog altijd verraadt de stadsplattegrond van Amersfoort de middeleeuwse contouren van de stad. Vanaf de 100 meter hoge Onze Lieve Vrouwentoren is het oude netwerk van pleinen, straten, singels en stegen goed te zien.

Amersfoort groeide tijdens de Middeleeuwen uit tot een echte stad met een voor die tijd niet gering aantal inwoners, talrijke kloosters en kapellen, druk bezochte jaarmarkten en een zelfstandig stadsbestuur. De handel in bier en textiel en later ook in turf en tabak maakte van de stad een regionaal centrum. De economische bloei werd versterkt door de toestroom van vele pelgrims. De pelgrims kwamen voor het Mariabeeldje dat in 1444 was gevonden en waarvan zij verwachtten dat het genezing van hun kwalen kon brengen. Het geld dat zij in het laatje brachten, maakte de bouw van de Vrouwetoren mogelijk. Na de zestiende eeuw ging het in economische zin bergafwaarts en stopte ook de groei van het aantal inwoners. In 1750 woonden er nog maar 8.000 mensen en in het begin van de negentiende eeuw waren het er niet veel meer. Ze pasten dan ook nog altijd binnen de tweede muur, die toch al omstreeks 1450 gereed was.

In de eerste helft van de negentiende eeuw werd een groot deel van de muren en poorten afgebroken. Dit deed men om de vele armen aan het werk te helpen, de hoge kosten van onderhoud kwijt te raken en de stenen beschikbaar te krijgen om er straten, pleinen en wegen mee te verharden. Dankzij een verbod van koning Willem II op verdere afbraak konden de Koppelpoort, Monnikendam, de Kamperbinnenpoort en een restant van de stadsmuur nog net op tijd worden gered.

Groeistad

De aansluiting op het spoorwegnet en de bouw van twee grote kazernecomplexen in de tweede helft van de negentiende eeuw zorgden weer voor de nodige bloei. De goede verbindingen per spoor trokken nieuwkomers en industrieën aan en er ontstond meer werkgelegenheid, zowel in de fabrieken als in de bouw. Nieuwe wijken als Soesterkwartier, Bergkwartier en Leusderkwartier verrezen in korte tijd. Maar hier bleef het niet bij. Met de aanleg van het Valleikanaal (voor een goede afwatering) en een grenscorrectie met Hoogland werd uitbreiding in noordelijke en oostelijke richting mogelijk. Hieraan was na de Tweede Wereldoorlog zeer veel behoefte; er was een enorm tekort aan huizen terwijl de naoorlogse geboortegolf het ergste deed vrezen voor de huisvesting in de toekomst. Amersfoort bouwde en bouwde en nieuwe wijken als Kruiskamp, Randenbroek, Koppel, Liendert, Schuilenburg, Schothorst en Rustenburg deden een forse aanslag op de beschikbare grond. Die zou, op enkele kleine stukjes na, dan ook helemaal op zijn geweest als Amersfoort binnen zijn grenzen had moeten blijven. Maar in 1974 werd de gemeente Hoogland opgedeeld en grotendeels toegevoegd aan Amersfoort, waarmee de gemeente een oppervlakte van 5.645 hectaren kreeg. In mei 1981 volgde de toewijzing door het Rijk van de zogenaamde Groeistad-status met als taakstelling de bouw van zo'n 15.000 nieuwe woningen en uitbreiding van de werkgelegenheid met een evenredig aantal arbeidsplaatsen.

Amersfoort slaagde erin de groeistadtaak te volbrengen en gaf met de architectuurwijk Kattenbroek een landelijk visitekaartje af. De wijk Nieuwland die daarna gerealiseerd werd, kwam door een groot zonne-energieproject in het nieuws.

Vathorst en Eemkwartier

Sinds 2001 verrijst ten noorden van de autosnelweg A1 de laatste grote uitbreidingswijk van Amersfoort: Vathorst. In dit gebied zal het dorp Hooglanderveen zijn eigen identiteit behouden. In totaal worden in Vathorst zo'n 11.000 woningen gebouwd. De wijk krijgt ook een kantorenpark, bedrijventerrein en eigen voorzieningen, zoals een station, winkels, scholen, een gezondheidscentrum en sport- en culturele voorzieningen. Als de bouw rond 2014 voltooid wordt, telt Amersfoort ongeveer 157.000 inwoners.

Eind jaren tachtig is tevens besloten om de oude industrieterreinen rond het centraal station geschikt te maken voor wonen, werken en vrije tijd. In het gebied ten noordoosten van het centraal station, het Eemkwartier, is dit nog gaande. Hier worden de komende jaren zo'n 750 woningen gerealiseerd en een nieuw cultureel centrum.