Leusden

Gemeentewapen LeusdenGemeentewapen: Gevierendeeld: I in goud drie groene gesteelde plompenbladeren, II in zilver zes rode lelies (3-2-1), III in rood een zilveren kruis, IV in goud een zwart uitgeschulpt schuinkruis. Het schild gedekt met een gouden kroon van drie bladeren en twee parels.

Verleend bij Koninklijk Besluit van 12 november 1969 nr. 29. Het wapen van Leusden telt vier kwartieren: het 1e de drie plompenbladeren van het wapen van de vroegere heerlijkheid Leusden. Otto Scheltus, schout van Leusden zegelde met dit wapen in 1804; het 2e de zes lelies van het wapen van het middeleeuwse geslacht Van Amersfoort, dat de heerlijkheid Stoutenburg bezat; het 3e is een herinnering aan de schenking in 777 van het landgoed Lisiduna (Leusden) door Karel de Grote aan de St. Maartenskerk te Utrecht; en tenslotte; het 4e een uitgeschulpt schuinkruis uit het wapen van het geslacht Van Lockhorst, bezitter van de gelijknamige ridderhofstad.

 

Image Gemeentevlag: Broeking en een vlucht; de broeking van banen, evenwijdig aan de broekzijde zwart-rood, aan de bovenzijde geknot volgens twee rechthoekige gelijkbenige groene driehoeken van 1/4 vlaghoogte; de vlucht van banen groen rood (3:1); groen en rood gescheiden door een witte zoom van 1/20 van de vlaghoogte. De kleuren zijn ontleend aan de kleuren in de vier kwartieren van het gemeentewapen. De vorm is een silhouet van de dorpstoren te Oud-Leusden met hoofdvorm de gemeentenaam-initiaal L voor Leusden.

Vastgesteld door de gemeenteraad op 27 januari 1977.

ImageGemeentewapen van de voormalige gemeente Stoutenburg: In blauw een burcht, staande op een heuvel, alles van goud.

In 1969 werd de gemeente Stoutenburg opgeheven en bij de gemeente Leusden gevoegd. Dit is een "sprekend wapen", dat wil zeggen dat je in het wapen iets terug vindt van de naam Stoutenburg. Met een beetje fantasie kun je stellen dat stout of stouten afkomstig is van moed of moedig zijn. De burcht verwijst dan naar burg, de laatste lettergreep van Stoutenburg. Indirect is het ook een verwijzing naar het kasteel Stoutenburg dat in 1259 in aanbouw was en dat eigendom was van het geslacht Van Amersfoort.