Eerste brief bijzondere vondst ontcijferd

De eerste brief die vorige week als opgerold archiefstuk werd gebracht door Claudia Pasman is ontcijferd. Jarenlang waren de stukken uit de achttiende eeuw als tochtstrips gebruikt in de vloer van een pand aan de Langestraat in Amersfoort. Tussen de archiefstukken zaten onder andere kwitanties, gerechtelijke stukken, afschriften, brieven, boedel- en inventarisstukken en gemeentelijke notulen.

Het eerste document is een wilsbeschikking (testament) van 15 maart 1757 in de vorm van een brief. Het is geschreven door het echtpaar Van den Hooge die in een boerderij woonden in de Benschopperstraat in IJsselstein, tegenwoordig de drukste winkelstraat van het dorp. In het testament krijgt dochter Maria de hof en hofstede toegewezen van haar vader en moeder. Zij had namelijk haar ouders, die inmiddels op hoge leeftijd waren, altijd goed verzorgd en 'merkelijke diensten bewezen'. Als dank mag ze nu het huis van haar ouders voor 1200 gulden kopen en ze erft daarnaast enkele sieraden, kalveren, boedel, melkgereedschap en vee.

Brief 18e eeuw

Dit is de exacte ontcijfering (sommige delen van de tekst zijn helaas weggevallen in het archiefstuk):

 

So  wij   o… … … WillemJansze van den
Hooge
Maria de Ridder, egtelieden 

....op … allerplegtigste wijse …
sonder inductie, of persuatie van iemandt, veel
min, van onze nagenoemde dogter, maar uit onse
eijge vrije wille in aanmerkinge van de veel-
vuldige en getrouwe diensten, die onze dogter
Maria van den Hooge, al zedert eenige jaren
in onze hoogklimmende jaren, dagelijks be-
weesen heeft en nog bewijst, met voor ons alles
te doen, het geene tot onze behoeftens en kost-
winningge in onze zwakken ouderdom vereijscht
en nog staat te vereijsschen, twelk onze dogter
Maria aan neemt, daar inne met allegetrouwig-
heid te sullen volharden, tot aan onze naderende
doodt toe. Zo is het dat wij uit die consideratie
en eenigsints ter vergeldinge van sulke genoemde mer-
kelijke diensten; het onze volkomen wille
en begeerte is zo onze meergenoemde dogter Maria
sulks begeert; Dat na doode van ons bijde
ons huijs, erve en het verdere getimmerte
met sijne bepootinge en beplantinge met al
de staande en leggende plaatsen etcetera zo en in
dier voege, als het staande en gelegen is op de
Benschopperstraat volgens eijgendoms
brieven  daar van zijnde en zo als het bij ons
ge…. deert …    dien
onse  ….    sulks verkiest
en begel…    voorschreven huijs
en verder getimmerte etcetera, zoals boven gemelt is
na onze aflijvigheid aan haar in eijgendom zal
komen ende door mijn verdere erffgenamen aan
haar zal moeten getransporteerd werden, als
vrij eijgen goet; Mits dat onze dogter Maria
daar voor zal moeten betaalen aan onze na
te laten gemeenen boedel eene summe
van twaalff hondert Carolie guldens, te XX stuijvers Hollands 't stuk.
Aldus gedaan ende gepasseert ten onzen woon-
huijsen opden 15e maart 1757 en bij ons
eijgenhandig ondertekendt, zonder arg of
list. En is wijders nog bij deze ende boven het voor sch-
reevene onze expresse wille en begeerten, dat na
doode van eerst stervende van ons bijde de langst-
levende, het zij man of vrouw gehouden zal wesen
het voorschreven huijs zoals het hierboven breeder
gespecificeert staat, door den langst levende van
ons zal moet werden verhuurt aan onze meergenoemde
dogter Maria indien zij sulks begeert
omdat voor den tijd zolange den langst levende
van ons bij de het leven hier opder aarden geniet;
dat verhuurder en de huurderesse als dan
met malkander te raden en overeen kome sullen.
En zal de langst levende van ons mede
gehouden zijn, den inboedel, huijsciraat en ver-
mits gaders het bouw- en welk gereetschap
als mede nog   …arden, kalfven
……. van den Hoge, over
…. aan ons … voor aan de langst
levende van ons bijde of bij overlijden van ons
bijden aan den gemeende boedel zal moeten
betalen, zoals yder beest of yder stuk huis-
ciraat, bouw of melk gereetschap, zal werden
getaxeert; een door de langst levende van ons
en de andere door onse dogter Maria te stellen. En indien
het mogte gebeuren dat dese twee geroepenen
taxeerders, malkanderen over de taxatie niet
komende verstaan, zal men nog bij yder
eene taxeerder toevoeden.
Het voren staande en volgende ons duidelijk voor
geleesen en wij onderteekende, dat dit onse volkome
 wille en begeerte is, dat dit zo an
gekome en agtervolgt worde, alschoon eenige
wetten, dese ons expresse wille contrarieerde
en der halve bij ons eygenhandig hoewel gebrekk-
kig onderteykent op den 15e maart 1757.

donderdag 12 januari 2012